Wat zegt de wetenschap?

Education and health of children with hearing loss: the necessity of signed languages

Murray et al 2019. Lees hier het hele artikel. Klik op het pijltje rechts voor een Nederlandstalige samenvatting.

Dit artikel verscheen in 2019 in het bulletin van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het is geschreven door drie dove wetenschappers. De eerste auteur is Joseph Murray, hoogleraar gebarentaal (ASL) en Dovenstudies aan Gallaudet University en president van de World Federation of the Deaf. De wetenschappers pleiten voor het aanbieden van gebarentaal aan alle jonge dove en slechthorende kinderen (vroege interventie). Daarnaast willen ze dat het onderwijs aan dove kinderen tweetalig wordt, met gebarentaal als een van de instructietalen. Waarom is dit belangrijk?

Het antwoord is simpel: er is geen garantie dat kinderen met een CI (of andere hoortechnologie) een gesproken taal vloeiend zullen leren spreken. Kinderen met een CI verschillen enorm in taalontwikkeling en blijven meestal achterlopen op hun horende leeftijdsgenoten.

En dan is er nog het risico op taaldeprivatie. Dit risico is vooral groot als kinderen niet leren spreken of gebaren in de periode dat ze het meest gevoelig zijn voor taal (de eerste vijf jaar van hun leven). Kinderen met taaldeprivatie kunnen uiteraard niet goed meekomen in het onderwijs. Ze hebben ook vaker aandachtsproblemen en sociaal-emotionele problemen. En ook op de lange termijn leidt taaldeprivatie tot mentale en fysieke gezondheidsproblemen – ook al omdat gezondheidszorg minder toegankelijk is.

De wetenschappers wijzen erop dat gebarentaal niet alleen nodig is voor toegankelijke communicatie, maar dat gebarentaal helpt bij het leren van gesproken taal. Kinderen met een CI die ook gebarentaal leren doen het beter dan hun leeftijdsgenoten met een CI die niet gebaren. Dit komt bijvoorbeeld uit onderzoek van de Amerikaanse taalwetenschapper Kathryn Davidson aan de Harvard universiteit. Davidson onderzocht een groep kinderen met een CI die opgroeien bij een dove ouder. Deze kinderen werden dus tweetalig opgevoed – met gesproken taal en gebarentaal. De tweetalige kinderen scoorden hoger op testen voor gesproken Engels dan kinderen met een CI die zonder gebarentaal opgroeien.

Het is voor de ontwikkeling van kinderen dus vooral belangrijk dat zij al vroeg een voor hen volledig toegankelijke taal leren. Gebarentaal heeft dan dezelfde voordelen als gesproken taal. Het pas op latere leeftijd leren van gebarentaal – als ‘back-up’ plan – is dus geen goede oplossing.

Naar schatting komt wereldwijd minder dan twee procent van de dove kinderen op jonge leeftijd in aanraking met gebarentaal. De wetenschappers roepen beleidsmakers dus op nu werk te maken van gebarentaalaanbod voor dove kinderen en tweetalig onderwijs. Het recht op gebarentaal is vastgelegd in het VN-verdrag, nu is het tijd om dit beleid ook uit te voeren.

The benefit of the “and” for considerations of language modality for deaf and hard-of-hearing children

Secora en Smith 2021. Lees hier het hele artikel.

Support for parents of deaf children: Common questions and informed, evidence-based answers

Humphries et al 2019. Lees hier het hele artikel.

Laat kind met hoorimplantaat óók gebarentaal leren

Annemarie Kerkhoff 2018. Lees hier het hele artikel.

The Risk of Language Deprivation by Impairing Sign Language Development in Deaf Children

Hall 2017. Lees hier het hele artikel.

Deaf children need language, not (just) speech

Hall et al 2019. Lees hier het hele artikel.

Spoken English Language Development Among Native Signing Children With Cochlear Implants

Davidson et al 2014. Lees hier het hele artikel.

Avoiding Linguistic Neglect of Deaf Children

Humphries et al 2016. Lees hier het hele artikel.

Linguistic ability and early language exposure

Mayberry et al 2002. Lees hier het hele artikel.

Reading comprehension of Dutch deaf children

Wauters et al 2006. Lees hier het hele artikel.